1

We bestaan 30 jaar!

09 april 2018

Waarom een Hindoeschool? Het was armoe troef bij Hindoestaanse kinderen

“Dat hoort toch bij jullie cultuur?”, zei een schooldirecteur toen Rajen Ramnath ruim dertig jaar geleden Hindoestaanse kinderen op blote voeten zag lopen op een school in de Haagse Beeklaan. Het was armoe troef toen Ramnath – één van de oprichters van de Stichting Hindoe Onderwijs Nederland (SHON) – deze kinderen op die school zag rondlopen.

Toen hij het van anderen hoorde, geloofde hij het niet, waarop hij de proef op de som nam. Het waren niet alleen blote voeten, gescheurde sokken of slecht schoeisel. Het waren ook de luizen waar Hindoestaanse kinderen meer dan anderen last van hadden. Het waren ook de slechte prestaties van de Hindoestaanse kinderen op de basisscholen. Hij ging ook langs bij andere scholen en zag de deplorabele staat van de Hindoestaanse kinderen op die scholen. “Nee, dat kon niet. Er moest iets gebeuren!”, zegt Ramnath nu ruim dertig jaar later nog steeds aangedaan, maar fel.

 

“Nadat ik dat had gezien werd ik helemaal onrustig en bedacht het idee voor een eigen Hindoeschool. Ik presenteerde het plan bij Dowlatram Ramlal die toen nog gemeenteraadslid was voor het CDA in Den Haag. Ik sprak ondertussen ook met pandit Rajaram Tewarie die in Suriname ervaring had met het leiden van een school. Ik voerde debatten met wie ik ook maar discussiëren kon over dit onderwerp, zo vastberaden was ik. Het was verschrikkelijk om onze kinderen zo te zien lijden hier op school”, vertelt Ramnath. Hij was toentertijd penningmeester van de Stichting voor Surinamers (SvS) en voorzitter van de stichting Federatie Eekta, waar hij meewerkte aan onder meer de integratie van de Surinaamse Hindoestanen in Den Haag. “Ik vreesde dat de Hindoestanen aan de onderkant van de samenleving zouden belanden, terwijl er zoveel potentie in die groep zat. De ontwikkeling en integratie van de Hindoestanen, begint op de basisschool”.

 

Rajaram Tewarie steunde Ramnath in zijn verhaal en samen gingen ze de boer op om hun initiatief voor een Hindoeschool te vervolmaken. Ze gingen de wijken in, deur-aan-deur, om handtekeningen te verzamelen en om ouders te enthousiasmeren om hun kinderen voor de Hindoeschool in te schrijven.

 

De aanvraag voor de school werd meer keren afgewezen. Er was volgens Ramnath continu discussie. Maar hij ging tot op het hoogste niveau. “Ook premier Ruud Lubbers was toen nog geen warm voorstander van Hindoescholen. Maar er was een directeur bij Binnenlandse Zaken die welwillend was. Zijn assistent Walter Palm heeft ons verder geholpen met ruggensteun van zijn directeur. We moesten natuurlijk wel een stevig verhaal hebben. We moesten goed uitleggen waarom Hindoe-onderwijs noodzakelijk was. Ook bij de gemeente Den Haag moesten we veel debatteren met wethouder Heemskerk van onderwijs. Gelukkig hadden we steun van het Surinaams Regionaal Steunpunt (SRS, opvolger van SvS) en het Surinaams Inspraak Orgaan (SIO). Verder vonden we steun en draagvlak in de Haagse gemeenteraad. Het was hard werken en flink ruziën met de onderwijswethouder, maar toen de kogel door de kerk was, werkte hij met alles mee”, zegt Ramnath. “Hij verzorgde zelfs de opening.”

 

Het enthousiasme onder ouders leek groot, want zo’n honderd kinderen werden ingeschreven. Maar er verschenen uiteindelijk slechts twaalf kinderen. Dat was de eerste groep kinderen van de Hindoeschool van de SHON. “Een kleine groep, maar de eerste Hindoebasisschool aan de Da Costastraat in Den Haag en in Nederland was in augustus 1988 een feit! Ook al waren zo weinig mensen positief.”

 

Het eerste bestuur van de Stichting Hindoe Onderwijs Nederland (SHON) bestond uit voorzitter dr. Sietaram die werd opgevolgd door mr. Janki, pandit Rajaram Tewarie als secretaris, Ramnath als penningmeester. “Helaas stierf Janki vlak voor de opening van de school aan een hartaanval en werd ik van penningmeester benoemd tot voorzitter”, aldus Ramnath. Verder werden dr. Gautam, N. Darsan, pt. S. Ramdhani en H.T. Ramdas – vader van wijlen publicist Anil Ramdas – ook lid van het bestuur. 

 

Ook bij het zoeken naar leerkrachten kwam Ramnath problemen bij de Hindoestaanse groep tegen. “Het werven van onderwijzers was niet zo’n groot probleem, omdat Hindoestaanse leerkrachten geen werk konden vinden op de andere scholen. Eén van de redenen die werden aangevoerd, was dat de Surinaams-Hindoestaanse leerkrachten zo’n zwaar Surinaams accent hadden. Dat terwijl hun Nederlands grammaticaal en taalkundig perfect was. Ze zijn immers streng geschoold in Suriname”, vertelt Ramnath.

 

De initiatiefnemers bleven ondertussen huis-aan-huis langsgaan om leerlingen te werven. “We wezen de ouders op de slechte schoolresultaten van hun kinderen, de slechte omstandigheden waarin hun kinderen onderwijs volgden. Zo groeide het aantal leerlingen gestaag. Vier jaar later was onze eerste Hindoebasisschool, de Shri Vishnu School, een succes. Ook de stemmen van de critici verstomden. We ontvingen later zelfs de toenmalige kroonprins Willem-Alexander.”

 

Ramnath was voorzitter van de vereniging Sanatan Hindoe Parishad Nederland (SHPN) die nog steeds door ingewijden de ‘moederorganisatie’ van de SHON wordt genoemd. “Naast de Hindoebasisscholen heeft SHPN ook aan de wieg gestaan van de Hindoe-omroep OHM, de Hindoe Raad Nederland en nog vele andere initiatieven voor Hindoes in Nederland.”